28 december, de geboortedag van Jrn

Onnozele Kinderen

De laatste week van het jaar zit boordevol spannende verhalen. Het begin met Kerstmis, de Geboorte in een stal of grot, omdat de herbergen vol zaten. Dan tweede kerstdag waarop menigeen uitpuft van de weldadigheden van eerste kerstdag: de gruwelijke marteldood van Stefanus, die gestenigd werd en daarbij de dood vond. En op 28 december: Onnozele Kinderen.

Herodes de Grote was als de dood voor de komst van een nieuwe Joodse koning. Hij was bang dat hij zijn macht zou verliezen. Hij had behoorlijk wat internationale contacten met onder meer met Wijzen uit het Oosten. Die hadden hem laten weten dat er een nieuwe koning in Bethlehem zou worden geboren. Zij waren wijs, dus daarom wisten zij dat. Terwijl Herodes van alles zat te verzinnen om een greep naar zijn macht te voorkomen, vernamen de Wijzen in een droom dat Herodes snode plannen smeedde. Zij leidden hem om de tuin door hem niet te vertellen waar die nieuwe koning was, maar het land via een omweg stiekem te verlaten.

Herodes vatte dat op als een internationale samenzwering en ontstak in hevige toorn.

Hij zond zijn mannen uit en liet in Bethlehem en omstreken al de jongens van twee jaar en jonger vermoorden. Zelfs die veilige bandbreedte heeft Herodes niet mogen baten. We kennen allemaal de uiteindelijke afloop.

Omdat die onschuldige kinderen eigenlijk geslachtofferd werden ter redding van (de Zoon van) God, worden zij vanaf de 5e eeuw als n groep heiligen vereerd, en werd Onnozele Kinderen een kerkelijk kinderfeest.

De naam 'Onnozele Kinderen' wekt soms bevreemding. 'Onnozel' komt van onnosel, de Middelnederlandse vertaling van het
Latijnse woord innocens, dat 'onschuldig' en 'onschadelijk' betekent.
'Onnozel' betekende al vrij snel ook 'onwetend', 'naef', 'dom' en 'dwaas'. Zo kwam het dat het kerkelijk feest van
Onnozele Kinderen in de Middeleeuwen samenviel met het volkse Dwazenfeest, dat zijn wortels had in de heidense midwinterrituelen
en het Romeinse festum puerorum.
In heel West-Europa stond 28 december in het teken van gekkigheid en de omkering van de maatschappelijke orde.
Kinderen kregen het die dag voor het zeggen. Ook in kloosters en kerken werd het gezag overgedragen aan de geringste in rang.
Zo werden er kinderabten en kinderbisschoppen aangesteld. Het gevolg van deze omkering was niet zelden anarchie met
alle gewelddadige en seksuele uitspattingen van dien.
In de 13e eeuw werd het gebruik van de gezagsomkering verboden.

Alle goede bedoelingen van de kerk ten spijt, heeft dit kinderfeest het moeten afleggen tegen Sint Nicolaas.
Wat overbleef was een feest waarbij kinderen zich als volwassenen verkleedden en langs de deuren gingen voor lekkernijen.
Als het om kinderen gaat is zijn populariteit buiten kijf en zijn de Onnozele Kinderen op het tweede plan terechtgekomen.
 

Liedje bij gelegenheid van 28 december, het feest van onnozele kinderen:

Koosje Koosje is mijn naam
Ben voor alle ding bekwaam
Ik heb mijn ouders al vroeg verloren

Al ik sterf, dan ben ik dood
Dan lig ik in mijn kistje bloot
Komen de engeltjes bij mij zingen

Zal ik uit mijn kistje springen
Als ik spring, dan spring ik snel
Naar de hemel of naar de hel

Olie, olie van de druiven
Laat de droefheid maar verschuiven
Laat de droefheid maar vergaan

O, dat voel ik aan mijn hartje
Juffrouw geef mij toch een kwartje

We hebben gezongen en niets gehad
Snij maar een stukje van het verrukusgat
Snij maar diep, snij maar diep
Snij maar in oeuwe vinger nie